Met een portretgedicht beschrijf je de ander, maar ook jezelf. Deze les(sen)reeks past goed bij de Gouden Weken.
Voor een portret beschrijf je de ander, gezien door jouw ogen. Je vertelt wat jij opmerkt, belangrijk vindt, waardeert, je zegt wat jou raakt, irriteert en ontroert. En daarmee zeg je minstens zoveel over jezelf als over de ander.
Tijdens de workshop of lessenreeks leren kinderen zichzelf en de geportretteerde kennen. Kies je voor een reeks van vijf lessen, dan portretteren de kinderen elkaar, maar bijvoorbeeld ook een persoonlijke held, een dierbare en zichzelf.
De kinderen leren onderscheid te maken tussen waarnemen, weten, denken en voelen.
De kinderen leren dat wat je over een ander zegt, vaak meer zegt over jezelf.
De kinderen leren dat herhaling, ritme en rijm effect hebben over hoe een tekst overkomt.
Competenties: experimenteren, creatief denken, creëren, reflecteren, presenteren
Doelen: teksten schrijven, taalexpressie
Werkvormen: spelen met taal en gedichten schrijven
Presenteren: voordracht en als expositie tentoonstellen